Besturen is vakwerk

Verenigingen en stichtingen heb je in alle geledingen en grootten. Kleine verenigingen zijn er zoals een VVE, die slechts bestaat uit een gering aantal huiseigenaren met een mutueel belang. Aan de ander kant van het palet staan grote verenigingen zoals een KNVB of een ANWB met miljoenen leden. Al die verenigingen hebben leden die de zaak besturen en vaak wordt deze bestuurstaak tegen wil en dank aanvaard door een van deze leden. Voor het besturen, hoe klein een vereniging ook is, zijn vaardigheden noodzakelijk en zal tijdens bestuurswerkzaamheden Leiderschap, Initiatief en Kennis van zaken getoond moeten worden.

We gaan er wellicht makkelijk aan voorbij maar bij grote verenigingen bestaat doorgaans een professioneel kader, wat niet alleen deskundig is maar ook door de vereniging als zodanig aangesteld. Als we het verwachtingspatroon van professioneel besturen ook projecteren op de kleine vereniging, waar de al of niet goedbedoelende leek de zaak probeert te runnen, komen we vaak van een koude kermis thuis. In bijna alle gevallen is dit een taak voor een lid welke hiertoe wordt aangezocht en waarvan de achterban er vanuit gaat dat hij of zij deskundig is en, wellicht nog belangrijker, het werk als bestuurder gegund wordt.

Persoonlijke voorkeuren zoals naam en faam gaan hierbij te vaak voor de keuze van kennis en deskundigheid. Zo heb je voorbeelden van iconen uit de ondernemerswereld die vanuit liefhebberij een bestuurstaak op zich nemen en jammerlijk falen. Ook profileren zich leden luid verbaal ondersteund als vakkundig die uiteindelijk de ondergang van de vereniging op hun conto kunnen bijschrijven.
Gelukkig zijn er voldoende voorbeelden van leken die uiteindelijk keien van bestuursleden blijken te zijn. Door de bank genomen echter verreist het besturen van een vereniging, hoe klein dan ook, vakwerk waar maar al te vaak aan voorbij wordt gegaan.

Ik meen dan ook te mogen stellen dat je het besturen van verenigingen en stichtingen over moet laten aan vakmensen, als je de belangen van de leden goed wilt verdedigen. Binnen kleine verenigingen is hiervoor geen financiële basis maar bij grote(re) verenigingen zijn betaalde krachten obligaat en algemeen aanvaard. Resteert een groot “grijs” gebied van verenigingen die te klein zijn voor het tafellaken en te groot voor het servet.

Deze clubs met een ledenaantal van zo’n tweehonderd tot over de duizend leden hebben vaak te weinig contributie omzet om betaalde krachten aan te nemen en doen hun leden zo te kort. De vrijwillige bestuursleden hebben te weinig kennis en tijd om een club van een dergelijke formaat te runnen waardoor af te vragen valt of de leden van dergelijke clubs niet naar schaalvergroting zouden moeten zoeken om het “product” van de vereniging te vergroten.

Zeker in het digitale tijdperk waarin het internet het overgrote deel van sociaal contact aspect van het verenigen heeft overgenomen (vereniging 2.0), zal de vereniging extra aan de bak moeten om het zelfde product te kunnen leveren en de concurrentie van bijvoorbeeld Facebook aan te kunnen. Er zijn inmiddels talloze Facebook initiatieven bekend die de functie van de vereniging hebben overgenomen, puur op basis van snelle en heldere communicatie en het leggen van drempelloze links tussen de leden.

De vereniging die snel heeft ingespeeld op de maatschappelijke (digitale) veranderingen en actief gebruikt maakt van de nieuwe media, heeft nog toekomst. Verenigingen waarbij het kantoor nog een werkstructuur heeft van tien of meer jaar geleden zijn gedoemd te verdwijnen waarmee direct aangegeven wordt dat de belangen en het daarvoor noodzakelijke werk niet meer gedaan kan worden door goedbedoelende leken, want hiervoor is het verwachtingspatroon door de grote maatschappelijke invloed van de sociale media te groot geworden.

Klassiek werkende organisaties kunnen niet concurreren met de snelheid van internet en direct reageren op communicatie verzoeken, terwijl het moderne lid dit wel verwacht.
Dat de implementatie van dergelijke media en systemen tijd en energie vergt van het verenigingskader moge duidelijk zijn en levert een extra druk op de bestuurders van de kleine verenigingen welke niet in staat zijn om als organisatie een minimaal aantal uren per dag (!) actief bezig te zijn met communicatie en organisatie. De druk op klein en niet professioneel kader wordt hiermee extra vergroot en zal ten koste gaan van de levensduur van de bestuurder danwel de vereniging zelf.

Geconstateerd mag nu worden dat de middengroep van verenigingen een probleem hebben op uitvoerend terrein. Van bestuursleden mag en kan niet teveel verwacht worden en voldoende financiële middelen zijn er niet om professionals in dienst te nemen of gevraagde pro’s willen of kunnen geen genoegen nemen met een part-time baan. Het inhuren van zogenaamde verenigingsmanagers danwel verenigingsbureau’s kan een oplossing bieden mits voldoende kennis van het metier aanwezig is om de leden te dienen waarmee direct een mits wordt aangegeven. Dergelijke management oplossingen kunnen de druk op het bestuur ontlasten maar het actief en direct communiceren in de weg staan.

Schaalvergroting van de vereniging is een andere opzet waarbij meer contributie omzet gegenereerd wordt om een professioneel uitvoerend kader neer te zetten.

Conclusie:
De digitale revolutie heeft het “verenigen” onder druk gezet en heeft taken zoals communiceren overgenomen van de organisatie. Om als vereniging te kunnen blijven bestaan zal men de nieuwe media moeten implementeren en gebruiken om functioneel de leden te kunnen blijven dienen in de veranderde digitale wereld.
De grote middengroep van verenigingen met een ledental tussen tweehonderd en zo’n duizend leden zullen zich bewust moeten zijn van deze snelle ontwikkelingen en een sterk uitvoerend kader moeten neerzetten om de concurrentie aan te kunnen van de nieuwe media.
Is het plaatsen van dit professioneel kader geen optie, op financieel danwel functioneel terrein, dan zal gezocht moeten worden naar schaalvergroting met een grotere omzet waardoor de inzet van dit kader wel mogelijk is wat de bestuurlijke rust binnen de vereniging alleen maar ten goede komt.

Uitblijven van professionele uitvoering zal onmiskenbaar leiden tot verlies aan activiteit en ledental.

Ab Sier

Bestuurder, beleidsadviseur, verenigingmanager.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s