Bestuur en verenigingsmanagement onder druk

 

Verenigingen en stichtingen ondergaan de laatste jaren een transformatie die veroorzaakt is door de digitale verandering van onze maatschappij. Het verenigen an sich is door de veranderingen in (internet) communicatie onder druk komen te staan. Omdat communicatie eigenlijk behoord tot de core-business van een vereniging, is de digitale revolutie met platformen als Facebook en Twitter een aanslag op het bestaansrecht van de vereniging.

Aanpassen aan de veranderde omstandigheden zoals de vereniging 3.0 zijn derhalve obligaat en vereist andere competenties van bestuur en management. Grote organisaties zoals ANWB en KNVB hebben voldoende middelen en kennis in huis en nemen daardoor een voorsprong op kleinere organisaties. Kleine verenigingen zoals lokale of regionale organisaties worden minder geraakt door de veranderingen waarbij de vraag naar verbeterde communicatie achterblijft dankzij korte lijnen tussen organisatie en leden.

Anders is het bij organisaties uit de middengroep met een ledental tussen de 200 en circa 2.500 leden waarbij het aanpassen van bestuur en/of management een grote uitdaging is.

Allereerst het bestuur. Bij kleinere organisaties is een bestuur vaak samengesteld uit betrokken en passievolle leden die niet over noodzakelijke competenties beschikken en waarbij een visie over de omvorming naar Vereniging 3.0 ontbreekt. Zaken zoals leiderschap, initiatief en competentie zijn onvoldoende aanwezig en remt de voortgang van de organisatie en zie je dat de persoon vaak belangrijker is dan de zaak, wat funest is voor een vereniging. Het inzetten van “Captains of Industry”, grote namen of (ex) politici in een voorzittersrol blijkt niet altijd zinvol, en is eerder contraproductief waarbij ik als voorbeeld alleen maar FC Twente aan hoef aan te halen. Een deskundig bestuur is daardoor eerder uitzondering dan regel.

Ook het management van de organisatie is vaak opgegroeid met passie voor het doel van de organisatie, meer dan gekozen op basiskwaliteit. Ook vaak zie je een organisatie die snel groeit waarbij het management in kennis en competentie achterblijft, die eerder wel voldoende was voor een kleine startende organisatie. Daar waar (permanente) educatie gevraagd wordt, worden beperkte en vaak onbezoldigde werkuren besteed aan de groeiende en meer eisende organisatie waardoor uiteindelijk de competentie en effectiviteit van het management achterblijft bij de groei en de verwachting van de leden, uiteindelijk leidend tot teleurstelling en een terugval in het ledental.

Omdat de twee entiteiten als bestuur en management samen moeten werken aan een gedegen en succesvolle instituut, blijken de eerder genoemde punten van groot negatief belang te zijn bij de groei van de organisatie. Onvoldoende kennis bij het bestuur, een vage visie op het beleid en frictie met het management blijken met regelmaat oorzaak te zijn van slecht verenigingsmanagement en uiteindelijk neer te slaan op het succes van de vereniging. Bij een organisatie die haar management wil professionaliseren dient de rol van bestuur en management duidelijker gedefinieerd en gekaderd te worden om zo benoemde fricties en de voortgang van de organisatie te waarborgen. Het aan het management gegunde mandaat is daarbij leidend.

Primair zal een vereniging zich bewust moeten worden van haar positie en de noodzaak tot professionalisering maar vaak is dit een stap te ver. Het bestuur is onvoldoende uitgerust en remt het management, fricties tot gevolg hebbende. Oplossingen worden vaak gezocht op bestuursniveau of de Zwarte Piet wordt bij het management gelegd terwijl zij onvoldoende mandaat hebben om te kunnen werken.

Een oplossing voor een dergelijke impasse kan zijn het inhuren van kennis in de vorm van een verenigingsspecialist. De rol van deze specialist is zeer breed. Primair moeten fricties tussen bestuur en management opgelost worden en zal een werkbare visie opgesteld moeten worden. Na een nauwkeurige analyse van de organisatie en de rol van bestuur en management zal bijvoorbeeld mediation ingezet kunnen worden voor verbetering van de coöperatie tussen beiden entiteiten, zorgen voor een symbiose tussen beiden, waarbij het belang van de vereniging voorop staat.

Bestuursbegeleiding kan helpen bij verdere professionalisering van het bestuur waardoor een duidelijke visie gemaakt kan worden waarmee het management functioneel kan werken. De rol van de specialist is hierbij nog niet uitgespeeld, ook het management kan begeleid worden voor het zinvol inzetten van de beschikbare middelen om de beoogde doelen te halen.

Inzetten van een specialist is altijd zinvol, hij/zij beschikt over een helikopterview zonder bagage en kan hierdoor tunnelvisie vermijden.

 

Voor informatie:

 

Ab Sier

Bestuurs-en Verenigingsspecialist

 

 

“Leuke hobby heb jij!”

Weinig woorden hebben bij mij zo duidelijk de devaluatie van het vak van fotograaf weergegeven als deze…

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik als fotograaf druk aan het werk was op een bruiloft. Reeds voordat de bruidegom een blik op de bruid had gekregen, zat ik met de camera onder de jurk van de bruid, en voor de schuindenkers onder ons: de bruid had de jurk nog niet aan!
De transitie van analoog naar digitaal was al helemaal voltooid, en rondlopen met de Hasselblad deed ik al een tijdje niet meer. Jammer, want de Hasselblad bleek voor het publiek al heel lang een uitgesproken bewijs te zijn van professioneel fotograferen. Weinig amateurs waren in die tijd in staat zo’n camera te kopen en het rondlopen met de Hasselblad bleek een logistieke nachtmerrie te zijn. De enkele amateur die een godsvermogen overhad voor zo’n set, liet het wel uit z’n hoofd om bij een bruiloft de Hasselblad mee te nemen. Voor de volledigheid en de NMA moet ik nu ook andere namen geven van fabrikanten van dergelijke camera’s zoals Bronica, Mamiya e.d.

De hele dag was ik aanwezig bij deze bruiloft, vanaf de aankleedparty van de bruid, tot na de taart, een lange dag derhalve. De hele dag dus ook hard aan het werk, weinig tijd voor een versnapering en rustig zitten was er niet bij. De rechtgeaarde bruidsfotograaf kent dat gevoel. Voor diegenen die nog nooit een bruiloft hebben gefotografeerd: zorg dat je conditie goed is; het is topsport. Met name het gebrek aan tempo is tijdens een bruiloft een aanslag op je lijf, en met regelmaat gaat na zo’n dag de tas in de hoek en de rest van de avond ben ik de bank van dichtbij aan het bestuderen. Daar hebben de Amerikanen de briljante term ‘Couchpotato’ voor.

Nu loop je op die dag de hele tijd tegen dezelfde mensen op, en je zou verwachten, zeker gezien de positieve communicatie die je als fotograaf gebruikt om de fotografie voor elkaar te krijgen, dat je een band krijgt met je publiek van die dag. ’s Morgens kom je binnen bij de bruid, maakt kennis met de naaste familie, in het stadhuis zie je de rest van de familie en goede vrienden, dito in de kerk en vaak heb je ze allemaal te pakken op de groepsfoto, ook degenen die niet op de foto mochten in verband met de FIOD of de plaatselijke maffia.
Des te vreemder is het dat na het aansnijden van de taart een van de ouderen naar mij toekomt, waarschijnlijk een oom van de bruid en zeker niet bejaard, en de hard inkomende opmerking maakt: “Leuke hobby heb jij!”
Dit had ik niet aan zien komen en ik had er ook geen repliek voor. Zou die beste man nu echt denken dat ik een amateur was? De hele dag een tas van zo’n twaalf plus kilo aan mijn schouder meesleurend, allerlei lichaamsbewegingen uithalen waar menig ervaren turner met verbazing naar kijkt, en dan aankomen met “leuke hobby heb jij”?

Ik heb niet alleen díe avond nodig gehad voor de emotionele verwerking van die zinsnede, het is tot op de dag van vandaag in mijn hoofd blijven hangen. Het lijk me de ultieme uiting van de devaluatie van ons beroep, als je na een hele dag hard aan het werk te zijn geweest, wordt geconfronteerd met “leuke hobby” in plaats van met een uiting van waardering voor je beroep.
Ik ga toch ook niet een halve dag naar een schoenmaker kijken en dan zeggen dat ie een leuke hobby heeft. Of ga eens naar de kapper, dames: het hele circus op je hoofd, inclusief de uiterst giftige substanties waarvoor de kappers beschermende kleding moeten aandoen. Zeggen jullie ook na afloop: “Leuke hobby heb jij”?

Hoe kan het toch mogelijk zijn dat binnen een relatief korte periode van tien jaar het beroep van fotograaf zo ernstig is gedevalueerd tot een hobby? Hoe komt het dat de beroepsfotografen het zo moeilijk hebben een boterham te verdienen? Het lijkt een eindeloze discussie, waar iedere echte vakfotograaf zo zijn mening over heeft. Het is ook al een paar jaar een dagelijkse discussie die uiting geeft aan de overall daling van de omzet van de gemiddelde beroepsfotograaf, waarbij er gelukkig positieve uitzonderingen zijn te melden.

Hoe nu om te gaan met de devaluatie van het beroep? Door verder te gaan met serieus fotograferen en het positief uitdragen van je beroep. Communiceer ook meer over wat je kunt, wat je moet doen, wat je kost, et cetera. Vaak is het bij het publiek ook een gebrek aan kennis dat er met aannames wordt gereageerd.

Zo ook mijn meneer met zijn “leuke hobby”.

Besturen is vakwerk

Verenigingen en stichtingen heb je in alle geledingen en grootten. Kleine verenigingen zijn er zoals een VVE, die slechts bestaat uit een gering aantal huiseigenaren met een mutueel belang. Aan de ander kant van het palet staan grote verenigingen zoals een KNVB of een ANWB met miljoenen leden. Al die verenigingen hebben leden die de zaak besturen en vaak wordt deze bestuurstaak tegen wil en dank aanvaard door een van deze leden. Voor het besturen, hoe klein een vereniging ook is, zijn vaardigheden noodzakelijk en zal tijdens bestuurswerkzaamheden Leiderschap, Initiatief en Kennis van zaken getoond moeten worden.

We gaan er wellicht makkelijk aan voorbij maar bij grote verenigingen bestaat doorgaans een professioneel kader, wat niet alleen deskundig is maar ook door de vereniging als zodanig aangesteld. Als we het verwachtingspatroon van professioneel besturen ook projecteren op de kleine vereniging, waar de al of niet goedbedoelende leek de zaak probeert te runnen, komen we vaak van een koude kermis thuis. In bijna alle gevallen is dit een taak voor een lid welke hiertoe wordt aangezocht en waarvan de achterban er vanuit gaat dat hij of zij deskundig is en, wellicht nog belangrijker, het werk als bestuurder gegund wordt.

Persoonlijke voorkeuren zoals naam en faam gaan hierbij te vaak voor de keuze van kennis en deskundigheid. Zo heb je voorbeelden van iconen uit de ondernemerswereld die vanuit liefhebberij een bestuurstaak op zich nemen en jammerlijk falen. Ook profileren zich leden luid verbaal ondersteund als vakkundig die uiteindelijk de ondergang van de vereniging op hun conto kunnen bijschrijven.
Gelukkig zijn er voldoende voorbeelden van leken die uiteindelijk keien van bestuursleden blijken te zijn. Door de bank genomen echter verreist het besturen van een vereniging, hoe klein dan ook, vakwerk waar maar al te vaak aan voorbij wordt gegaan.

Ik meen dan ook te mogen stellen dat je het besturen van verenigingen en stichtingen over moet laten aan vakmensen, als je de belangen van de leden goed wilt verdedigen. Binnen kleine verenigingen is hiervoor geen financiële basis maar bij grote(re) verenigingen zijn betaalde krachten obligaat en algemeen aanvaard. Resteert een groot “grijs” gebied van verenigingen die te klein zijn voor het tafellaken en te groot voor het servet.

Deze clubs met een ledenaantal van zo’n tweehonderd tot over de duizend leden hebben vaak te weinig contributie omzet om betaalde krachten aan te nemen en doen hun leden zo te kort. De vrijwillige bestuursleden hebben te weinig kennis en tijd om een club van een dergelijke formaat te runnen waardoor af te vragen valt of de leden van dergelijke clubs niet naar schaalvergroting zouden moeten zoeken om het “product” van de vereniging te vergroten.

Zeker in het digitale tijdperk waarin het internet het overgrote deel van sociaal contact aspect van het verenigen heeft overgenomen (vereniging 2.0), zal de vereniging extra aan de bak moeten om het zelfde product te kunnen leveren en de concurrentie van bijvoorbeeld Facebook aan te kunnen. Er zijn inmiddels talloze Facebook initiatieven bekend die de functie van de vereniging hebben overgenomen, puur op basis van snelle en heldere communicatie en het leggen van drempelloze links tussen de leden.

De vereniging die snel heeft ingespeeld op de maatschappelijke (digitale) veranderingen en actief gebruikt maakt van de nieuwe media, heeft nog toekomst. Verenigingen waarbij het kantoor nog een werkstructuur heeft van tien of meer jaar geleden zijn gedoemd te verdwijnen waarmee direct aangegeven wordt dat de belangen en het daarvoor noodzakelijke werk niet meer gedaan kan worden door goedbedoelende leken, want hiervoor is het verwachtingspatroon door de grote maatschappelijke invloed van de sociale media te groot geworden.

Klassiek werkende organisaties kunnen niet concurreren met de snelheid van internet en direct reageren op communicatie verzoeken, terwijl het moderne lid dit wel verwacht.
Dat de implementatie van dergelijke media en systemen tijd en energie vergt van het verenigingskader moge duidelijk zijn en levert een extra druk op de bestuurders van de kleine verenigingen welke niet in staat zijn om als organisatie een minimaal aantal uren per dag (!) actief bezig te zijn met communicatie en organisatie. De druk op klein en niet professioneel kader wordt hiermee extra vergroot en zal ten koste gaan van de levensduur van de bestuurder danwel de vereniging zelf.

Geconstateerd mag nu worden dat de middengroep van verenigingen een probleem hebben op uitvoerend terrein. Van bestuursleden mag en kan niet teveel verwacht worden en voldoende financiële middelen zijn er niet om professionals in dienst te nemen of gevraagde pro’s willen of kunnen geen genoegen nemen met een part-time baan. Het inhuren van zogenaamde verenigingsmanagers danwel verenigingsbureau’s kan een oplossing bieden mits voldoende kennis van het metier aanwezig is om de leden te dienen waarmee direct een mits wordt aangegeven. Dergelijke management oplossingen kunnen de druk op het bestuur ontlasten maar het actief en direct communiceren in de weg staan.

Schaalvergroting van de vereniging is een andere opzet waarbij meer contributie omzet gegenereerd wordt om een professioneel uitvoerend kader neer te zetten.

Conclusie:
De digitale revolutie heeft het “verenigen” onder druk gezet en heeft taken zoals communiceren overgenomen van de organisatie. Om als vereniging te kunnen blijven bestaan zal men de nieuwe media moeten implementeren en gebruiken om functioneel de leden te kunnen blijven dienen in de veranderde digitale wereld.
De grote middengroep van verenigingen met een ledental tussen tweehonderd en zo’n duizend leden zullen zich bewust moeten zijn van deze snelle ontwikkelingen en een sterk uitvoerend kader moeten neerzetten om de concurrentie aan te kunnen van de nieuwe media.
Is het plaatsen van dit professioneel kader geen optie, op financieel danwel functioneel terrein, dan zal gezocht moeten worden naar schaalvergroting met een grotere omzet waardoor de inzet van dit kader wel mogelijk is wat de bestuurlijke rust binnen de vereniging alleen maar ten goede komt.

Uitblijven van professionele uitvoering zal onmiskenbaar leiden tot verlies aan activiteit en ledental.

Ab Sier

Bestuurder, beleidsadviseur, verenigingmanager.

Fotograaf des vaderlands…

De Fotoweek 2014 komt eraan en meteen gaan mijn tenen weer krullen. Opgezet als een initiatief om de fotografie en fotografen weer onder de aandacht van het publiek te brengen, begon ik vorig jaar bij de presentatie van de “Fotograaf des Vaderlands” hoop te krijgen dat er inderdaad een platform gevonden was waar niet alleen de fotografie onder de aandacht werd gebracht maar ook met name aandacht gegeven werd aan de vakfotograaf en zijn werk.
De vakfotografie. Het meest gedegenereerde beroep van de Zero’s, na het inhakken van de digitale revolutie. Iedereen een camera, iedereen voldoende pixels in zijn mobiele telefoon en iedereen fotograaf. De vakfotograaf had het nakijken.

Waarom zou je op gezette tijden om de familie of vrienden te kieken nog naar de vakfotograaf gaan? Nu ik het schrijf klinkt het heel erg 1980. Misschien nog een fossiele activiteit op het platteland van Anna Paulowna, Persingen of Noordhoek. Iedereen maakt nu toch tig-duizend foto’s met een eigen reflex of mobiele telefoon? Over de Selfie hype maar niet te spreken, hierdoor en dat mede mogelijk gemaakt door een achterlijke hacker uit weet-ik-veel, krijgen we naakt-selfies te zien van Amerikaanse celebrities. Bedankt.

Nee, de Fotoweek “zou” wat kunnen doen aan het beeld wat het publiek over fotografen heeft en laten zien wat de vakfotograaf kan. Wat het onderscheid is tussen de amateur en de vakman. Legio activiteiten en kansen en de hoofdrol zou gespeeld worden door de “benoemde” Fotograaf des Vaderlands.

Ilvy Njiokiktjien was de eerste die deze prestigieuze rol toebedeeld kreeg en met groot enthousiasme  vertelde ze bij het culturele platform DWDD hoe mooi het vak fotografie was. Dacht ik. Ilvy kreeg hier een podium waarbij ze de mogelijkheid kreeg om haar eigen ding te doen. Op zich een nobel streven, zo’n fotoproject opzetten, maar niet als ambassadeur van de Fotoweek.
Eerlijk is eerlijk, wat Ilvy maakt is prachtig en ik gun haar de eer voor haar werk van harte. Zeker het project over de MH17 is uniek en kwam stevig binnen, maar het doel wat men bij de Fotoweek gedacht had te moeten hebben, lijkt me hier geheel voorbijgestreefd.

Ilvy, of en haar opvolger Koen Hauser (1972) krijgen van de Fotoweek een podium gelijk aan bijvoorbeeld de “Dichter des Vaderlands”, een blik vanuit de ivoren toren van de kunst waarbij het vak van de gewone fotograaf geheel buiten het kader is gevallen. Daar waar de Fotoweek interesse wil kweken voor het vak en indirect voor de toekomst van de vakfotografen in Nederland, is gekozen voor kunstenaar met zijn/haar eigen kunst (je) als vertegenwoordiger.

Juist met het verkregen podium op de landelijke TV, had ik verwacht dat de Fotoweek gekozen zou hebben voor een vertegenwoordiging die de vakfotografie weer op de kaart zou zetten. Ik had verwacht dat Ilvy en Koen met passie over het vak zouden vertellen en dat het publiek ook kan genieten van een dergelijk beeld product als zij naar echte fotograaf zouden gaan. Om iets speciaals te laten maken. Dat wat de core-business is van de professional en wat zij het publiek zouden kunnen bieden. Reclame voor het vak en de vakfotografen. Wat de beeldnorm in Nederland weer omhoog zou kunnen brengen.

Nee. Niet van dit alles. Aandacht voor een eigen project.
Gemiste kans…

De Vakbeurs voor “Professionele” fotografen.

Onlangs de Vakbeurs voor professionele fotografie, de Professional Imaging, bezocht op de nieuwe locatie in Nijkerk. Er was gekozen voor een nieuwe plek omdat, en dat moet je dan maar aannemen, er geen groeimogelijkheid meer was op de oude stek in Nieuwegein. Met goede moed naar Nijkerk gereden en vier kilometer voor de afslag zat de A28 vast. Vier kilometer aan beursbezoekers in de rij op de rechterbaan omdat, naar bleek later, er onvoldoende parkeercapaciteit is voor de beursbezoekers. Nou, Ze hebben het voor elkaar. Over succes gesproken.

De beurs is enorm gegroeid en heeft mede dankzij het educatieve karakter, middels de seminars die gratis bezocht kunnen worden, langzaam een vaste waarde aangenomen voor de geïnteresseerde bezoeker, vakfotograaf of niet. De discussie voor wie deze beurs eigenlijk nu toegankelijk zo mogen zijn is al zo oud als ons vak, en laait weer op zodra de gevestigde orde aan beroepsfotografen weer een een reden zien om zich bedreigd te voelen. Al sinds het verenigingen van beroepsfotografen aan het begin van de vorige eeuw was de dreiging van branche vreemde activiteiten een van de redenen om zich te verenigen en te verzetten tegen de “amateur”.

Fotograferen is dermate interessant dat het niet alleen uitgeoefend kan worden als vak, ondersteund door gedegen opleiding en ervaring, maar ook als amateur. Daar waar het sinds intrede van de fotografie fout gaat, is dat het grijze gebied tussen vakman en amateur te groot is en dat menig amateur een centje wil/kan bijverdienen. Op zich niet verkeerd ware het niet dat dit ten koste gaat van de broodwinning van de vakman. Nu de veranderingen van de digitale revolutie zichtbaar worden en er meer beeld gemaakt wordt dan ooit, gaat de vakman weer in de verdediging. Teruggekoppeld: de vakfotograaf klaagt weer over wat nu “Professional” is aan de Professional Imaging beurs als de poorten wagenwijd open staan voor iedere fotograaf.

Welnu, de basis voor een beurs van een dergelijke omvang en aanbod kan in ons kleine land alleen gerealiseerd worden met voldoende bezoekers, de standhouders verlangen en verdienen dit tenslotte. Een stand huren is voor de fabrikanten/vertegenwoordigers alleen interessant als het bereik de kosten rechtvaardigen.  De organisatie zal daarom moeten balanceren op het randje van professioneel en amateur om voldoende bezoekers te kunnen trekken.

Om even een vergelijk te maken: voor de amateurs hebben we in Nederland de ZOOM beurs, georganiseerd door het gelijknamige magazine, die als primaire doelgroep de amateur heeft maar ook bezocht wordt door de vakman. Andersom hebben we nu de Professional Imaging die ook bezocht wordt door de amateur. (vaak herkenbaar aan de camera om de nek of de 10+kg tas aan de schouder)

De organisatie verdient derhalve alle lof voor de manier waarop deze beurs elk jaar op de kalender staat, met dit jaar een nog groter aanbod aan seminars en sprekers. Als pijnpuntje, of luxeprobleem zo u wilt, zou de organisatie de keuze voor de nieuwe locatie in Nijkerk onder de loep mogen nemen. De exacte redenen voor de herlocatie ken ik niet maar het succes van de beurs levert ook nadelen op voor de bezoeker. De file op de A28 en een te kort aan parkeergelegenheid zijn hier het bewijs van.

Volgend jaar naar de Jaarbeurs?

 

GrAb